2017 Lutherjaar

Antisemitisch in de tijd van de reformatie

Reformatiebrokje 2 Luther was geen heilige
In het Amuse-boekje van de Protestantse Kerk ter gelegenheid van 500 jaar reformatie wordt op een vrij luchtige manier gesproken over Luther en de door hem aangezwengelde vernieuwingen. Tegelijk lijkt het erop dat je tegenwoordig in andere media meer hoort over de negatieve gevolgen dan van de zegeningen van de reformatie. Oorlogen en opstanden, verdeeldheid in de kerk (ook binnen de reformatie zelf), beeldenstorm en inquisitie. Er zijn niet alleen kunstschatten geplunderd, er heeft in alle chaos van de reformatie en contra-reformatie veel mensenbloed gevloeid: daar is niets luchtigs bij.

 

Ook de kwalijke uitspraken van Luther over de joden hebben de afgelopen jaren veel aandacht gekregen. Hij schijnt weliswaar niet gezegd te hebben dat zij Jezus hadden vermoord, maar hij was uitermate teleurgesteld dat de joden Jezus niet als de Messias wilden zien. ‘Het past helemaal in het oordeel van Christus dat zij giftige, bittere, wraakgierige, valse slangen, sluipmoordenaars en duivelsgebroed zijn, die heimelijk steken en schade berokkenen.’ Calvijn heeft een iets betere reputatie, maar ook hij was heftig verontwaardigd wanneer joodse uitleggers de messiaanse bedoeling van bepaalde Schriftwoorden niet zagen. Hij heeft echter - net als Zwingli - Luther niet nagevolgd in diens opvatting dat de kerk in de plaats van het jodendom als Gods uitverkoren volk was gekomen.
En hoe zat het bijvoorbeeld met Desiderius Erasmus? Moderne humanisten willen ons graag doen geloven dat hun boegbeeld een schone lei had. Hij zou zich slechts op enkele bladzijden van zijn gigantische oeuvre weinig positief over de joden hebben uitgelaten. Anton van Hooff heeft het op de website van de humanistische alliantie daarom over ‘de leugen van Erasmus’ antisemitisme’. Prof.dr. Hans Jansen heeft een uitvoeriger studie gedaan en kwam tot een andere conclusie. Erasmus dacht zoals de meeste van zijn tijdgenoten dachten, maar veelzeggend is wat hij in 1519 in een brief schreef: ‘Waarom wordt er toch zo veel krachtinspanning aangewend om de Joden gehaat te maken? Is er onder ons ook maar iemand te vinden die dit soort mensen al niet genoeg verwenst? Als het haten van Joden het kenmerk is van authentieke christenen, dan zijn wij allen uitstekende christenen.’
In het volgende reformatiebrokje gaat het over een positieve uitzondering, iemand die destijds de joden en hun religie wel volledig heeft geaccepteerd.